Tijdregistratie lijkt eenvoudig: medewerkers klokken in en uit, en de organisatie krijgt inzicht in gewerkte uren. In de praktijk is het een gevoelig onderwerp. Niet omdat tijdregistratie verboden is, maar omdat niet alles wat technisch kan, juridisch en organisatorisch mag.
In deze blog lees je:
wat je als werkgever wel mag meten,
wat niet is toegestaan,
waar het vaak misgaat,
en hoe je tijdregistratie correct inricht volgens AVG en arbeidsrecht.
Waarom tijdregistratie juridisch gevoelig is
Tijdregistratie valt vrijwel altijd onder persoonsgegevens in de zin van de AVG (GDPR).
Zodra gegevens herleidbaar zijn tot een individuele medewerker, zoals naam, personeelsnummer of locatie, is de privacywetgeving van toepassing.
Daarnaast geldt:
werknemers bevinden zich in een gezagsverhouding,
toestemming is daardoor bijna nooit geldig,
en extra controlemaatregelen worden kritisch beoordeeld.
Kortom: tijdregistratie is volledig toegestaan, maar wel alleen als het noodzakelijk, proportioneel en transparant is.
Wat mag een werkgever wél meten?
1. Gewerkte tijd (start- en eindtijd)
Een werkgever mag vastleggen:
begin- en eindtijd van de werkdag
pauzes (indien relevant voor arbeidstijdenwetgeving of CAO)
Voorwaarde:
De registratie moet een legitiem doel dienen, zoals:
naleving van de Arbeidstijdenwet
loonbetaling
overurenregistratie
projectverantwoording
2. Uren per project of kostenplaats
Het is toegestaan om te registreren:
aan welk project uren zijn besteed
hoeveel tijd aan welke activiteit is gewerkt
Niet toegestaan:
Inhoudelijke monitoring van hoe iemand werkt (bijv. toetsenbordactiviteit of schermopnames).
3. Aan- en afwezigheid
Je mag vastleggen:
aanwezigheid
verlof
ziekte (alleen dát iemand ziek is, niet waarom)
Ziektegegevens vallen onder bijzondere persoonsgegevens, medische details zijn altijd verboden.
4. Locatie, mits functioneel noodzakelijk
In sommige gevallen mag locatie worden vastgelegd, bijvoorbeeld:
bij buitendienst
bij declarabele reistijd
bij veiligheidseisen
Maar alleen als:
het doel niet anders kan worden bereikt
de locatie niet continu wordt gevolgd
de medewerker hierover vooraf duidelijk is geïnformeerd
Wat mag een werkgever níet meten?
1. Continue monitoring of gedragscontrole
Niet toegestaan zijn onder andere:
live volgen van medewerkers
constante GPS-tracking
gedragsanalyse op basis van werktijddata
prestatiebeoordeling via tijdregistratie zonder aanvullende context
Tijdregistratie is geen controlemiddel, maar een administratief hulpmiddel.
2. Meer data verzamelen dan nodig
De AVG vereist dataminimalisatie:
geen secondenregistratie als dagdelen voldoende zijn
geen detailniveaus zonder duidelijke noodzaak
geen “voor het geval dat”-data
3. Tijdregistratie combineren met andere controlesystemen
Risicovol en vaak onrechtmatig:
koppeling met camerabeelden
combineren met e-mail- of activity-tracking
gebruik voor disciplinaire doeleinden zonder duidelijke grondslag
4. Registratie zonder transparantie
Altijd verplicht:
duidelijke uitleg wat wordt gemeten
waarom het wordt gemeten
hoe lang gegevens worden bewaard
wie toegang heeft tot de data
“Het staat in het systeem” is geen geldige uitleg.
Toestemming van medewerkers: werkt dat?
In bijna alle gevallen: nee.
Omdat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie:
kan een werknemer geen vrije toestemming geven
mag toestemming niet de juridische basis zijn
Wat dan wel?
Wettelijke verplichting (bijv. Arbeidstijdenwet)
Gerechtvaardigd belang (mits zorgvuldig afgewogen)
Contractuele noodzaak
Veelgemaakte fouten bij tijdregistratie
Te gedetailleerde data “omdat het kan”
OR pas betrekken ná systeemkeuze
Tijdregistratie inzetten als prestatie-instrument
Onvoldoende uitleg aan medewerkers
Geen duidelijke bewaartermijnen
Deze fouten leiden niet alleen tot AVG-risico’s, maar ook tot:
weerstand
wantrouwen
lage adoptie
Hoe richt je tijdregistratie wél goed in?
Best practices:
Start bij het doel, niet bij de software
Kies het laagst mogelijke detailniveau
Documenteer de belangenafweging
Betrek OR en medewerkers vroeg
Gebruik tijdregistratie nooit als losstaand controlesysteem
Goede tijdregistratie voelt voor medewerkers logisch, uitlegbaar en begrensd.
Conclusie
Tijdregistratie is meer dan toegestaan, en vaak noodzakelijk, maar niet alles wat technisch mogelijk is, is juridisch of organisatorisch verstandig.
De kernvraag is niet:
“Wat kunnen we meten?”
Maar:
“Wat hebben we écht nodig om ons werk goed te doen?”

